Warmtepomp/airco en omgevingsvergunning
- OF indien de warmtepomp/airco een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW of meer.
- OF indien voor de aanleg van de warmtepomp er verticale boringen moeten uitgevoerd worden.
- de warmtepomp/airco geplaatst wordt aan of op een woning, op voorwaarde dat ze niet meer dan drie meter boven de nok van de woning uitsteekt;
- de wartmtepomp/airco geplaatst wordt in een voortuin, een zijtuin en een achtertuin of op een zij- en achtergevel, ingeplant op twee meter van de perceelsgrens of tot tegen een bestaande scheidingsmuur
Deze vrijstelling geldt enkel indien de warmtepomp/airco geplaatst wordt binnen een straal van 30m van het betrokken gebouw en het perceel niet gelegen is in een ruimtelijk kwetsbaar gebied, met uitzondering van parkgebied.
Geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW of meer
- Geïnstalleerde totale drijfkracht = het gezamenlijk vermogen van de (vast opgestelde) motoren, rechtstreeks gerelateerd aan de activiteit in de rubriek.
- De warmtepomp zelf valt onder inrichtingen voor het fysisch behandelen van gassen (samenpersen-ontspannen). Dit is rubriek 16.3. van Vlarem en is minstens meldingsplichtig (klasse 3).
- Er is pas een melding van ingedeelde inrichtingen en activiteiten (klasse 3) nodig, indien de totaal geïnstalleerde drijfkracht meer is dan 5 kW. Onder de 5 kW is er geen melding of vergunning nodig. Boven de 200 kW geldt een vergunningsplicht (klasse 2).
- De aanvraag gebeurt digitaal via het omgevingsloket.
- De volgende voorwaarden zijn minimaal van toepassing:
- Algemene voorwaarden
- Sectorale voorwaarden
- Volgende bijzondere voorwaarden worden steeds opgelegd.
- De exploitant moet als normaal zorgvuldig persoon steeds de beste beschikbare technieken (BBT) toepassen ter bescherming van mens en milieu, en dit zowel bij de keuze van behandelingsmethodes op het niveau van de emissies, als bij de keuze van bron-beperkende maatregelen (aangepaste productietechnieken en -methoden, grondstoffenbeheersing, energie en dergelijke meer). Bij de bepaling van de BBT moeten de criteria van bijlage 18 van titel I van het VLAREM in aanmerking worden genomen. Deze verplichting geldt eveneens voor wijzigingen aan ingedeelde inrichtingen, alsook voor activiteiten die op zichzelf niet vergunnings- of meldingsplichtig zijn (artikel 4.1.2.1. uit Vlarem-II).
- Best beschikbare technieken om de hinder van aircos, compressoren, koelinstallaties, warmtepompen, transformatoren … minimaal te houden:
- Het verplaatsen van de installatie (binnen- en/of buitenunit), zodat de afstand naar de omwonenden wordt vergroot en het geluidsdrukniveau bij de buren afneemt.
- Het omkasten (akoestisch inkapselen ) van de installatie, zodat het geluidsdrukniveau gedempt wordt. Er wordt hiervoor best rekening gehouden met de aan- en afvoer van de installatie en met het advies van de installateur.
- Gebruik maken van specifieke geluidsdempers, relevant voor het toestel.
- Het vervangen van de installatie door een ander type met een lager geluidsdrukniveau.
- Het inwinnen van advies bij (akoestische) experts of milieudeskundige in geluid en trillingen.
- De installatie enkel laten werken op bepaalde tijdstippen (bijv. uitschakelen tijdens de nachturen). Deze tijdstippen kunnen afgestemd worden met de buurt.
- Regelmatige controle en onderhoud van het toestellen.
- Raadpleeg de Code goede praktijk - Voorkomen en beheersen van milieuhinder van kleinschalige lucht- en dampafvoersystemen.
Verticale boringen
Bij een geothermische warmtepomp of bodem-waterwarmtepomp wordt er warmte uit de grond of uit grondwater gehaald. In beide gevallen zijn er verticale boringen nodig tot enkele 10-tallen of zelfs 100den meters diep.
Indien de warmte van de ondergrond gebruikt wordt zonder dat er grondwater wordt opgepompt, dan is rubriek 55.1. van Vlarem van toepassing. Consulteer www.dov.vlaanderen.be/portaal/?module=public-rubriek55#ModulePage of je al dan niet een vergunning moet aanvragen of een melding moet doen voor het uitvoeren van de boring. Meer informatie www.dov.vlaanderen.be/portaal/?module=public-rubriek55-info.
Indien de warmte van de ondergrond gebruikt wordt waarbij er grondwater wordt opgepompt, dan is rubriek 53.6. van Vlarem van toepassing.
De aanvraag gebeurt digitaal via het omgevingsloket.
