Een robuuster watersysteem vraagt niet alleen grootschalige ingrepen. Ook minimale, bewuste ingrepen op de juiste plekken zijn cruciaal voor infiltratie, buffering en overstromingsveiligheid. Denk aan poelen in brongebieden, wadis op valleiflanken of slimme terreinprofilering. Ontdek welke quick-wins van bron tot monding het verschil maken.
Gedurende drie jaar gingen 18 gemeenten onder begeleiding van het Departement Omgeving en een uitgebreide groep experten aan de slag met de groenblauwe dooradering van hun bebouwde ruimte. Ze gingen op zoek naar manieren om het groenblauwe systeem te lezen, begrijpen en verbeteren. Soms met grootse onthardingsprojecten als resultaat, vaak door slimme keuzes die de potentie voor waterinfiltratie en -buffering maximaliseren binnen een meer integraal ontwerp. Hun inzichten vind je in onze uitgebreide publicatie (link onderaan), maar hier alvast enkele inspirerende blikken op een aantal quick-wins.
Kontich en Arendonk gingen aan de slag met een ingrepen op hoger gelegen plekken om zoveel mogelijk druppels ter plaatse te laten infiltreren. In de kern van Herne, deel van Pajottegem, wordt reliëf op een speelse wijze ingezet om afstromend water te vertragen en te bufferen. En Landen onthardt overmaatse verharding op het publiek domein om komaf te maken met plassen op het laagste punt van de wegenis.
Infiltratie aan de bron
In bovenstroomse gebieden is het de opgave om (kwel)water dichtbij de bron vast te houden, in plaats van versneld af te voeren. Historisch hebben we echter vaak gebieden gedraineerd om het bouwrijp of bewerkbaar te maken voor landbouw. Dit heeft geleid tot snelle afvoer, wat lokaal droogtestress veroorzaakt en elders piekbelastingen en wateroverlast kan geven.
Door de opmaak van een watersysteemkaart werd voor Kontich helder waar de knelpunten zitten en op welke plekken welke maatregel dient genomen te worden. Op de goed infiltrerende zandruggen kan door ontharding van straten en pleinen water insijpelen in plaats van afstromen naar de beek. Bij de heraanleg van het stationsplein werden daarom drie grote wadis aangelegd.
Arendonk bevindt zich bovenstrooms in brongebied. Door het verondiepen en afdammen van grachten, zorgt de gemeente ervoor dat drainage geremd wordt. Het afschuinen van oevers en de inrichting van plas-dras zones bevordert de infiltratie. In een park in overstromingsgevoelig gebied zorgt ontharding en de aanleg van wadis voor infiltratie. Deze voeden ook de grondwatertafel, wat positief is voor het waterpeil van de beek tijdens droge zomers.
Reliëf als bondgenoot
Zelfs waar er een klein reliëf is, is een grote kans om water een nieuwe, veiligere weg te laten gaan. Terwijl water makkelijk afstroomt van verharding, zorgen groene zones voor een vertragend effect.
Een overmaatse bocht ontharden bij de heraanleg van een wegenis is dus een echte quick-win om water te vertragen, plassen op het wegdek te vermijden en groen in de bebouwde ruimte binnen te brengen. Bonuspunten als de boordsteen verlaagd wordt of op een andere wijze voorzien wordt dat het water zn weg vind naar de ontharde pocket.
In Pajottegem, meer bepaald in de kern van Herne, wordt dit principe nog verder uitgewerkt. Landschapstredes die het natuurlijk reliëf slim gebruiken, vormen de bouwstenen van het masterplan voor de kern. Deze landschapstredes zijn harde elementen die de hoogtelijnen volgen en zo afstromend water vertragen. In het nieuwe valleipark worden de tredes ingezet om een cascade van wadis te creëren en zo regenwater de tijd te geven om te infiltreren, in de plaats van rechtstreeks richting de omliggende huizen en tuinen te vloeien. Tegelijk kunnen de tredes dienst doen als zitbanken, als overgang tussen plein en (trage) weg of als plek die een zichtas markeert.
Ruimte voor de waterloop
Quick wins om water lokaal te infiltreren en piekafvoer naar de waterloop te beperken zijn belangrijk, maar volstaan niet. Ook meer ingrijpende maatregelen die ruimte teruggeven aan waterlopen blijven noodzakelijk. Aangezien we in het verleden veel van onze beken en rivieren recht hebben getrokken en in kokers onder de grond verstopten, vraagt opnieuw ruimte creëren voor waterlopen een proactieve aanpak. Vaak moet bebouwing of functionele verharding, zoals wegen, verdwijnen om het water weer aan de oppervlakte te brengen, of de nodige ruimte te voorzien voor hermeandering, herprofilering van oevers en een toekomstbestendige winterbedding.
In Kortemark gingen ze exact die uitdaging aan: de Krekebeek terug in open bedding door de gemeente laten lopen. Daarvoor werden gebouwen aangekocht en gesloopt. Door de verwijdering van de koker wordt een historisch geconstrueerd hydrologisch knelpunt opgelost en krijgt de beek een profiel dat veiliger piekbuien kan opvangen en water naar de gewenste bufferplekken brengt.
Met quick-wins alleen maken we Vlaanderen niet klimaat- en waterbestendig. Maar in elk project in de publieke ruimte schuilt wel een kans om meer water bij te houden, afstroming te vertragen en om te leiden naar plekken waar het water het systeem en de (stedelijke) natuur kan voeden.
