Pensioenstelsels

Er bestaan verschillende pensioenstelsels. De voorwaarden (leeftijd, bedrag, berekening, uitbetaling enz.) verschillen sterk volgens het stelsel.

Er zijn 3 klassieke stelsels:

- werknemerspensioen: loontrekkenden uit de privé-sector, niet-statutair personeel van gemeenten, provincies en ministeries (zowel arbeiders als bedienden).
Meer info vind je hier.
- zelfstandigenpensioen: personen die een zelfstandig of vrij beroep uitoefenen. Meer info vind je hier.
- ambtenarenpensioen: statutair personeel van gemeenten, provincies en ministeries. Meer info vind je hier.
Bij gemengde loopbanen worden de verschillende stelsels toegepast.

Het brugpensioen (enkel voor de privé-sector) is een bijzonder statuut dat kan verkregen worden na ontslag door de werkgever. Als ex-werknemer ontvang je dan een werkloosheidsuitkering met een toeslag van de laatste werkgever. Een bruggepensioneerde kan niet vervroegd met pensioen.

Pensioenleeftijd-beroepsloopbaan
De pensioenleeftijd voor werknemer, zelfstandige en/of ambtenaar is 65 jaar. Voor vrouwen werd deze leeftijd stapsgewijs opgetrokken. Vanaf 2009 is dat ook 65 jaar. Het vervroegd pensioen vanaf 60 jaar is gekoppeld aan een loopbaanvoorwaarde van minimum 35 jaar. Als je niet aan de loopbaanvoorwaarde voldoet, kan je niet met vervroegd pensioen gaan.

Raming
Vanaf de leeftijd van 55 jaar ontvang je, louter informatief, een raming van je toekomstige pensioenrechten. Je kan ook online een simulatie maken van je pensioen.

De aanvraag
Als je op de wettelijke pensioenleeftijd met pensioen wil gaan, dan krijg je automatisch (ongeveer) een jaar op voorhand de formulieren toegestuurd van de pensioendiensten.
Als je vervroegd (vanaf 60 jaar) met pensioen wil gaan, moet je een aanvraag doen bij de dienst Maatschappelijke Werken van je gemeente. Dit ten vroegste 1 jaar voor de ingang van het pensioen.

Je kan hier ook zelf online een pensioenaanvraag doen.

Ambtenaren doen hun aanvraag bij de administratie waar ze het laatst gewerkt hebben.
Vraag in elk geval je pensioen aan, ook al heb je maar een korte tijd in een stelsel gewerkt.

Het overlevingspensioen moet je zo vlug mogelijk na het overlijden van je echtgenoot/echtgenote aanvragen, als je echtgenoot/echtgenote nog niet met pensioen was of je elk apart een pensioen genoot (in plaats van een gezinspensioen).

Het pensioen wordt maandelijks overgeschreven op een post- of bankrekening.

Mag je bijverdienen als gepensioneerde?
Elke gepensioneerde kan naast zijn pensioen nog bijverdienen. Als het inkomen dat hiermee wordt verdiend op jaarbasis lager blijft dan de wettelijk vastgestelde inkomensgrenzen, heeft dat bijverdienen geen weerslag op de pensioenuitkering. Elke activiteit, hoe klein ook, moet je wel aangeven bij de instellingen die je pensioen uitbetalen.