Bouwreglement: duurzaam bouwen
Duurzaam bouwen
De minimale regels opgenomen in de verordening zijn kostenneutrale regels gericht op het algemeen belang: meer kwaliteit aan de omgeving, minder energieverbruik, gezonder wonen, zorgen voor toekomstige generaties, en toch nog genoeg keuzevrijheid en creativiteit toelaten.
Door deze principes zo vroeg mogelijk in het ontwerpproces mee te nemen, dus bij het vastleggen van de stedenbouwkundige structuur en het verkavelen van de grond, is er veel gratis engergiewinst mogelijk, terwijl de leefkwaliteit verbetert!
Oriëntatie en actieve zonne-energie
Om passieve zonne-energie optimaal te kunnen benutten, dient een woning zodanig ontworpen en ingeplant te worden dat zoveel mogelijk zonlicht op maximaal een gevel valt.
Daarom legt de verordening op dat verkavelingen van nieuwbouwlocaties zodanig ingericht dienen te worden dat minimum 70% van de kavels zongericht zijn georiënteerd.
Dergelijke zongerichte verkavelingen maken enerzijds optimaal gebruik van passieve zonne-energie mogelijk, anderzijds is de oriëntatie van de daken dan eveneens zodanig dat het benutten van actieve zonne-energie gemakkelijk wordt.
Groendaken
In Scandinavie worden groendaken van oudsher toegepast omwille van hun isolerende eigenschappen. Maar groendaken hebben ook belang voor een beter hemelwaterbeheer.
Daarnaast hebben groendaken ook invloed op het microklimaat, met name op vochthuishouding en temperatuur van de directe omgeving en hebben ze een gunstig invloed op de fauna.
Daarom voorziet het algemeen bouwreglement in een verplichting op het aanleggen van groendaken op alle nieuwe platte daken groter dan 50m2 die zichtbaar zijn vanuit een gebouw.
Afkoppeling hemelwater
Een van de uitgangspunten van de afkoppeling van hemelwaterafvoer is dat het schone regenwater niet meer de riolering ingestuurd wordt maar wordt opgevangen.
Het opgevangen hemelwater wordt in eerste instantie zoveel mogelijk gebruikt. In tweede instantie moet het resterende gedeelte worden geïnfiltreerd. In laatste instantie kan het resterende hemelwater dan met beperkt debiet vertraagd worden afgevoerd naar de regenwaterleiding.
Dit heeft een gunstig effect op het waterbeheer en is een goede maatregel om:
- wateroverlast op straten en rivieren te verminderen door een vertraagde afvoer naar oppervlaktewater;
- watervervuiling te beperken door minder overstort van de riolering naar het oppervlaktewater;
- verdroging tegen te gaan, omdat water langer vastgehouden wordt op de locatie;
- de werking van de rioolwaterzuiveringsinstallaties te verbeteren en daarmee de vervuiling van oppervlaktewater te beperken.
De verordening voorziet daarom in een verplichting tot afkoppeling wanneer in de straat een gescheiden riolering wordt aangelegd.